Bouwbesluit Online 2012

§ 1.9.2 Regels instrumenten voor kwaliteitsborging

Artikel 1.44. Borgingsplan

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger voor het begin van de bouwwerkzaamheden een borgingsplan vaststelt dat is gebaseerd op een beoordeling van de bouwtechnische risico’s met het oog op het voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6.

2.

In het borgingsplan wordt vastgesteld welke maatregelen getroffen zijn om de in het eerste lid genoemde bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken, op welke wijze het ontwerp van het bouwplan en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6, en wordt vastgesteld op welke momenten de kwaliteitsborging wordt uitgevoerd.

3.

Het borgingsplan beschrijft ten minste:

  1. a.

    de totstandkoming ervan;

  2. b.

    de aard en omvang van de uit te voeren kwaliteitsborging;

  3. c.

    de voor de kwaliteitsborging eindverantwoordelijke personen;

  4. d.

    de wijze waarop de verschillende onderdelen van het bouwplan in samenhang worden beoordeeld;

  5. e.

    de wijze waarop integraal wordt beoordeeld of de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6;

  6. f.

    in welke gevallen en op welke momenten het borgingsplan wordt geactualiseerd;

  7. g.

    welke normen of kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, dan wel gelijkwaardige oplossingen als bedoeld in artikel 1.3 bij de bouwwerkzaamheden worden toegepast;

  8. h.

    op welke specifieke bouwwerkzaamheden, rekening houdend met de bijzonder lokale omstandigheden, de beoordeling ten minste is gericht, en

  9. i.

    bij welke bouwwerkzaamheden rekening wordt gehouden met andere kwaliteitsborgingssystemen.

Artikel 1.45. Geen toestemming toepassing instrument

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de instrumentaanbieder geen toestemming verleent het instrument toe te passen als de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert.

2.

Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een verleende toestemming het instrument toe te passen:

  1. a.

    wordt geschorst als de kwaliteitsborger in surseance van betaling verkeert;

  2. b.

    wordt ingetrokken als de kwaliteitsborger failliet wordt verklaard.

3.

Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een toestemming om het instrument voor kwaliteitsborging toe te passen, niet overdraagbaar is.

Artikel 1.46. Onafhankelijkheid kwaliteitsborger

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteits-borging alleen uitgevoerd wordt door een kwaliteitsborger die niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken is bij het betreffende bouwproject, tenzij deze betrokkenheid alleen voortvloeit uit de overeenkomst tot het uitvoeren van de kwaliteitsborging.

Artikel 1.47. Opleiding, kennis en ervaring kwaliteitsborger

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de personen die de kwaliteitsborging uitvoeren, voldoen aan de in het instrument gestelde eisen aan het benodigde kennis- en opleidingsniveau en aan de genoten ervaring over:

  1. a.

    het opstellen van risicobeoordelingen op het terrein van de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6;

  2. b.

    de algemene coördinatie bij de kwaliteitsborging;

  3. c.

    constructieve veiligheid;

  4. d.

    brandveiligheid;

  5. e.

    bouwfysica;

  6. f.

    installaties, en

  7. g.

    controle op de bouw.

2.

Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat het kennis- en opleidingsniveau van degene die de kwaliteitsborging uitvoert, actueel gehouden wordt.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het in het eerste en tweede lid bepaalde.

Artikel 1.48. Administratieve organisatie kwaliteitsborger

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor op welke wijze een kwaliteitsborger de eisen voor de toepassing ervan in zijn administra-tieve organisatie opneemt en ziet ten minste op:

  1. a.

    het vastleggen van de gegevens van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die eindverantwoordelijk is voor de kwaliteitsborging;

  2. b.

    het vastleggen van de gegevens van de personen die de kwaliteits-borging feitelijk uitvoeren en de wijze waarop gewaarborgd wordt dat zij aan de krachtens artikel 1.47 gestelde kennis-, opleidings- en ervarings-eisen voldoen;

  3. c.

    het vastleggen van de wijze waarop informatie over de kwaliteits-borging en de vermelding van de daarvoor verantwoordelijke personen actueel gehouden wordt;

  4. d.

    het bijhouden van een ordentelijke administratie van de gegevens en bescheiden met betrekking tot de kwaliteitsborging.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in het eerste lid bepaalde.

Artikel 1.49. Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan instrumentaanbieder

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger ten minste de volgende gegevens verstrekt aan de instrumentaanbieder:

  1. a.

    bedrijfsnaam en plaats van vestiging en het nummer waaronder de kwaliteitsborger geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel;

  2. b.

    gegevens waaruit blijkt dat de kwaliteitsborger voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 1.44 tot en met 1.48;

  3. c.

    gegevens over de bouwprojecten waarvoor de kwaliteitsborger het instrument toepast;

  4. d.

    gegevens over de afronding van de kwaliteitsborging.

2.

Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft op welke momenten de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 1.50. Informatieverstrekking kwaliteitsborger aan bouwpartijen en bevoegd gezag

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteits-borger, voor zover van toepassing, zijn opdrachtgever en de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen onverwijld informeert over bij de kwaliteitsborging geconstateerde afwijkingen van voorschriften als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6, en dat hij ook het bevoegd gezag informeert als de afwijkingen het afgeven van een verklaring als bedoeld in het tweede lid in de weg staan.

2.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger na de afronding van de bouwwerkzaamheden aan zijn opdracht-gever een verklaring afgeeft, waarin hij, voor zover van toepassing, verklaart dat:

  1. a.

    hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder het instrument toe te passen;

  2. b.

    hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen;

  3. c.

    er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het dat het resultaat van de bouwactiviteit voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6.

3.

Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat een kopie van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt aan de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen.

4.

Voor de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt bij ministeriële regeling een formulier vastgesteld.

Artikel 1.51. Maatregelen instrumentaanbieder

1.

Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft de werkwijze van de instrumentaanbieder over:

  1. a.

    periodieke onderzoeken naar de toepassing van het instrument overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen;

  2. b.

    de wijze waarop geschillen tussen de instrumentaanbieder en de kwaliteitsborger en tussen de kwaliteitsborger en zijn opdrachtgever worden behandeld;

  3. c.

    de behandeling van klachten over de toepassing van het instrument en het oplossen van fouten bij de toepassing ervan.

2.

Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft in welke gevallen de kwaliteitsborger een waarschuwing wordt gegeven, de toestemming het instrument toe te passen wordt geschorst of ingetrokken, als uit de in het eerste lid bedoelde onderzoeken blijkt dat bij de kwaliteitsborging in strijd met de in het instrument gestelde eisen is gehandeld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste en tweede lid.

Uw gekozen filters:

Type

Gebruiksfuncties